skip to Main Content
+32 208 82 75 info@ifamu-iodmh.brussels

De basisopleiding

Heb je interesse om een opleiding Hulpverlener-Ambulancier te volgen? Ontdek hieronder de belangrijkste informatie:

De deelnamevoorwaarden

Om aan de basisopleiding deel te nemen, moeten de kandidaten Hulpverlener-Ambulanciers (HV-A) voldoen aan de volgende voorwaarden:

  1. Ze moeten voorgesteld worden door een erkende ziekenwagendienst 100-112.
  2. Ze moeten minimum 18 jaar en maximum 60 jaar oud zijn.
  3. Ze moeten het inschrijvingsgeld betalen (€ 79,33).

Sommige vrijstellingen zijn mogelijk voor verpleegkundigen. De verpleegkundigen met een bijzondere beroepstitel in spoedgevallen en intensieve zorgen worden volledig vrijgesteld (K.B. 13/02/98 Art. V).

De cursus

De duur van de basisopleiding duurt minimum/minstens 132 lesuren.

De theoretische lessen worden gegeven in groepen van maximum 36 deelnemers, de praktische lessen en ateliers bevatten maximum 12 deelnemers.

Tijdens de week zijn de opleidingen van 8.00 tot 12.15 u. en van 13.00 tot 16.00 u. Sommige dagen eindigen de lessen om 17.00 uur.

Tijdens het weekend vinden de lessen plaats van 8.30 tot 12.30 u. en van 13.30 tot 16.30 u. Op sommige dagen eindigen ze om 17.00 uur.

Wij organiseren verschillende Franstalige en Nederlandstalige sessies per jaar.

Een Franstalige opleiding wordt ook tijdens het weekend georganiseerd. Deze start eind september en eindigt eind mei.

De doelen

Aan het einde van deze opleiding is de HV-A in staat om:

  • de eerste zorgen toe te dienen;
  • veilig transport richting ziekenhuis te garanderen;
  • beroep te doen op bijkomende hulp;
  • samen te werken met andere actoren van de DGH;
  • het materiaal van de ziekenwagen te gebruiken;
  • te werken volgens de technische procedures.

Het is verplicht om de lessen bij te wonen. Enkel de kandidaten die minstens 80% van de lessen aanwezig waren, worden toegelaten bij de eindproeven.

DE EINDPROEVEN (KB 19/3/98 Art II.4)

Deze certificatieve evaluaties bestaan uit 3 delen:

  1. Een theoretische schriftelijke proef onder de vorm van meerkeuzevragen en open vragen.
  2. De technische proeven van de cardiopulmonale reanimatie bij een volwassene en bij een kind.
  3. Een praktische proef onder de vorm van 2 interventie simulaties: de eerste is een medische casus en de tweede een trauma casus.

Elke kandidaat moet minstens 50% behalen op elke proef en een gemiddelde van 60% om te kunnen slagen voor de eindproeven en om stage te mogen lopen.

DE STAGES (K.B. 13/02/98 HDST III, art 7)

Nadat de kandidaat voor de certificatieve evaluaties geslaagd is, mag hij zijn stages uitvoeren.

De stages moeten minstens 40 uren duren. Ze worden uitgevoerd in een ambulancedienst 100-112 (24u) en op een MUG-dienst en /of PIT (16u). Er wordt verwacht dat de kandidaat deelneemt aan minstens 10 interventies, 5 op MUG en 5 op ziekenwagen.

De duur van de stage kan verlengd worden indien de doelen niet bereikt werden.

Vervolgens dient de kandidaat over elke interventie een verslag te schrijven. Deze verslagen worden eveneens geëvalueerd.

De diensthoofden die de kandidaten Hulpverlener-Ambulancier onthaald hebben, stellen eveneens een evaluatie op.

Indien de evaluatie positief is (dienst en stageboek), behaalt de kandidaat het brevet Hulpverlener-Ambulancier.

De kandidaat kan via zijn diensthoofd van ziekenwagens 100-122, een aanvraag indienen bij het FOD Volksgezondheid om het onderscheidingsteken (badge) te verkrijgen.